2019... Muss Es Sein Es Muss Sein

zondag 28 februari 2010

N*A*O*'s Questions aux belgicistes (XVI) : VROLIJKE VRIENDEN


N*A*O*, de Naamloze Achter Ons, kan niet geloven dat de door de VRT uitgezonden ernst waarmee de van verdriet grijs geworden Bart Peeters in de Antwerpse Onze Lieve Vrouwe kathedraal afscheid nam van nonkel Bob, niet ook het afscheid van België en Wallonië uitdrukte : “… … vrolijke… … vrolijke… … vrienden… … vrolijke… … vrolijke… … vrienden… … dat zijn wij… … … … vrolijke… … vrolijke… … vrienden… … vrolijke… vrolijke… vrienden… … dat zijn wij… … …”
-1-            VROLIJKE VRIENDEN : JOSEPH - LAURETTE

In navolging van Wilfried Martens, die als oud KSAer nonkel Bobs “Vrolijke vrienden” voor Moboetoe vertaalde als : “Ik houd van dit land, zijn volk en zijn leiders,” maakte eventueel toekomstig Belgisch premier Steven Vanackere (CD&V) de weg vrij voor een liefdesverklaring van honing Albert II aan het adres van Kabila eind juni van dit jaar.
Omdat we natuurlijk in minder preutse tijden leven dan die van gerontofiel Martens, wordt Kabila ondertussen nog opgehitst door de zending van onze twee kirrende groupies Onkelinx (PS) en Milquet (CDH).
Welke eigenschap van Kabila verdient volgens haar eigenlijk haar “marque de respect” en wat is “un magnifique symbole” (La Libre Belgique, 8 februari 2010), denkt u ?

De Belgische INQUISITIE

Het vijfde Gravensteenmanifest

Deze week verscheen het vijfde manifest van de Gravensteengroep. Dit vijfde manifest is in zekere zin een poging om de oorverdovende stilte te doorbreken, die volgde op Frank Vandenbrouckes essay over de Belgische welvaartstaat.

De essentie van het manifest is dat een verouderde invulling van solidariteit (met Wallonië) als liefdadigheid, Vlaanderen verhindert progressief én solidair te zijn.  N*A*O*, die het eerste Gravensteenmanifest mee ondertekende - dat een rationele Belgische staatshervorming voorstelde, en tegelijk de splitsing van België indien het eerste onmogelijk zou blijken -, is het hier mee eens.

Nergens in Europa voert links nog een economische strijd. Links stelt geen structurele hervormingen meer voor, en in Vlaanderen beperkt het zich tot een puur paternalistisch sociaal beleid. Dit kan men bezwaarlijk nog ‘progressief’ noemen.

De ‘solidaire’ transferts ondermijnen bovendien echte solidariteit om twee redenen. Ten eerste is het niet moeilijk om aan te tonen dat cash transferts niet activerend werken, een soort van werkloosheidsval creëren en Wallonië nog afhankelijker maken. Ten tweede verkleint de intransparantie van de actuele solidariteit het draagvlak ervoor, zodat meer en meer Vlamingen deze ‘solidariteit’ als opgelegd beschouwen, met als gevolg dat men haar in vraag zal stellen naarmate de economische crisis zich meer zal laten voelen.

Vandaag verschenen in De Standaard drie reacties op het vijfde Gravensteenmanifest.
Voor Frans Crols (en Res Publica) komt dit manifest te laat en valt België niet meer te redden. De stilte die Vandenbrouckes essay te beurt valt lijkt hem eigenlijk wel gelijk te geven…

De tweede reactie is van de hand van Dirk Holemans, die de kritiek op links accepteert, maar geen heil ziet in Vlaamse autonomie, ofschoon hij geen belgicist beweert te zijn. Holemans koppelt de teloorgang van de S.P.a los van haar unitarisme. Daarin vergist hij zich, want in Vlaanderen verliest de sociaaldemocratie wel degelijk meer terrein dan elders in Europa. (23 % in Vlaanderen tegenover 42 in Nederland, 41 in Duitsland, 40 in Engeland, 49 in Frankrijk, 50 in Spanje en 42 in Luxemburg.)
Holemans is, zoals zovele ‘linksen’, onvoorwaardelijk voorstander van solidariteit. Hij begrijpt echter niet dat hij, gevangen als hij blijft in het Belgisch nationalisme, het Belgisch financieel liberaal establishment steunt. Onvoorwaardelijke solidariteit mag immers niet eindigen bij de Belgische grens en dient bij voorkeur vrijwillig te gebeuren, twee zaken waartegen hij zich dan weer niet tegen lijkt te verzetten.

De derde reactie is de meest hilarische en van de hand van cultuurfilosoof Lieven De Cauter, die het Belgisch surrealisme uitstekend illustreert : zijn behoudsgezindheid wordt perfect vermomd als ‘links’, op dezelfde wijze als Yves Leterme ooit de Marseillaise zong in plaats van de Brabançonne.
Ook De Cauter koppelt het verdwijnen van Vlaanderens links los van het belgicisme ervan. Hij verwoordt een bekende stelling, namelijk dat Vlaanderen in se rechts zou zijn… en dus dat België de enige garantie voor solidariteit zou zijn.
Deze stelling bevat twee fouten. Vooreerst is België niet links, maar neoliberale uitbuiting van vooral Vlaanderen en afbouw van de welvaartstaat.  (Omdat de herhaling zich altijd in een nieuw kleedje steekt, moet men zich zelfs afvragen of  het overwicht van de PS op de Belgische politiek niet als nationaalsocialisme beschouwd moet worden.)
Een tweede probleem is dat De Cauter solidariteit als een supermoreel bevel uitvaardigt en zich niet bekommert om het democratisch draagvlak ervan. Hij bevestigt hiermee juist het Gravensteenmanifest : “De linkse politieke actie wordt dan vervangen door het morele (voor)oordeel.”
Als het al zo zou zijn dat Vlaanderen momenteel rechts zou zijn, dan is dat niet omdat Vlaanderen essentieel rechts is, maar omdat links er zich onderwierp aan het surrealistisch als links vermomd liberalisme.

De Cauter hanteert overigens nog enkele drogredeneringen. Hij probeert op hysterisch emotionele wijze kritiek op de unitaristische vakbonden (die hij verkeerdelijk ‘unitair’ noemt) of de mogelijkheid van verminderde rijkdom van Wallonië als immoreel ingang te doen vinden.

Zijn Calimero-complex brengt hem ertoe partij te kiezen voor België dat tenminste groter is dan het kleine Vlaanderen.
Deze uitlating toont aan dat De Cauter niet alleen economisch inzicht ontbreekt, maar ook politiek. Economisch gezien is de schaalgrootte van een land relatief en moet die in verband gebracht worden met de mate van openheid van zijn markt. Binnen de Europese markt is er nauwelijks verschil tussen de grootte van België of van Vlaanderen.
Politiek gezien is er voorlopig nog geen Europa van de regio’s, maar enkel van staten. Maar – rekening houdend met het vorig, economisch argument – is dat juist een aansporing voor de oprichting van een Vlaamse staat !

Om te besluiten accepteert N*A*O* dat Vlaanderen nood heeft aan de organisatie van een nieuwe en echte linkse beweging.
In zekere zin heeft De Cauter toch gelijk wanneer hij beweert dat Vlaanderen in se rechts is : voorlopig is nog meer dan de helft van Vlaanderen rechts of unitaristisch links, wat ook rechts is.

donderdag 25 februari 2010

De Belgische identiteit (IV)


Na zijn opiniestuk tegen het Franse identiteitsdebat in Le Monde en de felle reacties daarop, ook uit Vlaanderen (1), publiceert Verafstoodt vandaag in de Vlaamse De Standaard het essay "Europa zal postnationaal zijn of niet zijn", waarin hij omstandig het identiteitsdenken aanvalt.
N*A*O* vindt het echter een eenzijdig en weinig doordacht stuk. Verafstoodts verzet tegen het identiteitsdebat getuigt van “hoogmoedige burgerlijkheid” (Claudio Magris).
Eerst en vooral is zijn dreigement dat identiteitsdenken en nationalisme tot de gaskamers leiden erg gratuit en van hetzelfde niveau als Sarah Palins beschuldiging van Obama "deathpanels" te willen installeren. (Men kan evengoed Verafstoodts visie demoniseren als extreem en inhumaan liberalisme.)
Oorlogen zijn altijd het gevolg van imperialisme, niet van nationalisme. (Verafstoodts concept van de ‘Verenigde Staten van Europa’ is trouwens zo’n gevaarlijke imperiale gedachte, tenminste zolang zij niet de spontane uitdrukking is van een Europese natie.)
Europa zal juist niet zijn, zolang er geen Europese identiteit tot stand komt. Deze identiteitsconstructie zal niet eenvoudig zijn, omdat Europa niet homogeen is en al vele nationale identiteiten heeft.
Het liberale politieke denken maakt de fout om enkel te steunen op de erkenning van het individu, hetgeen helemaal niet volstaat. Liberalen als Verhofstadt maken het zich te gemakkelijk door te zwijgen over de plaats en de betekenis van groepen.
In plaats van identiteit  te minachten, zouden ze beter een onderscheid maken tussen 'toegeschreven' en 'verworven' identiteit. Verafstoodt benadrukt het belang van de Franse Revolutie, waarvan hij de grond onvoldoende analyseert. De Franse Revolutie was enkel mogelijk dankzij de vervanging van een veelheid van 'toegeschreven' gemeenschapsidentiteiten door een democratisch te verwerven Frans republikeinse identiteit.
(En Verafstoodts eigen voorbeeld van de Franse Revolutie ontaardde in imperialistische oorlogen.)
Om een post-nationale Europese identiteit te verwerven, zullen de burgers meer gemotiveerd moeten zijn. Daarom kan men best uitgaan van de nationale identiteiten, die dus zeker niet genegeerd mogen worden.
Europeaan zijn zal men ook moeten OEFENEN : rituelen, waar Verhofstadt zo cynisch over doet, spelen daarbij een grote rol.

zondag 21 februari 2010

N*A*O*'s Questions aux belgicistes (XV) : STILTE!

N*A*O*, de Naamloze Achter Ons, zegt dat u niet kan zeggen dat u het niet geweten hebt : zeg dat N*A*O* het gezegd heeft.
De Naamloze Achter Ons ís uw geweten.

-1-            STILTE & ANGST
Het Naamloze geweten bevindt zich niet meer alleen in de barre woestijn van de realiteit. Ook Frank Vandenbrouckes essay(1) over onze welvaartstaat biedt u voortaan een symbolisch raster om uw weg te vinden in de woestijnruimte en –tijd.

Pas op, de zaak valt niet meer te redden !
Vandenbroucke reikt alleen maar woorden aan, om ons te oriënteren in de Belgische miserie en die verhinderen dat we getraumatiseerd raken tijdens de nakende confrontatie met het reële. Vandenbroucke zegt alleen : “Het is te laat.”



De Europese Revolutie


Over migratie en islam

Frans Maes

De jongste tijd verschijnen aan de lo­pende band boeken over migratie en islam. Een van de best gestoffeerde is van de hand van de Amerikaanse co­lumnist (voor de Financial Times) en journalist (voor de New York Times) Christopher Caldwell. Onder de titel "De Europese Revolutie – Hoe de islam ons voorgoed veranderde" be­schrijft hij hoe terroristische aansla­gen in Europa, rellen in moslimwij­ken van de meeste grote steden en ondermeer de moord op Theo van Gogh in Amsterdam de autochtone Europeanen ertoe dwingen hun libe­rale waarden opnieuw te definiëren. Van de  375 miljoen Europeanen wo­nen er 40 miljoen buiten hun land van herkomst. Velen onder hen heb­ben gewoon de Schengen-akkoorden aangegrepen om zich binnen Europa te verplaatsen maar het merendeel van de immigranten is van buiten Eu­ropa afkomstig. Voor deze laatste groep gaat het vooral om moslimim­migranten die zich niet willen inte­greren. Halverwege de 20sle eeuw wa­ren er praktisch geen moslimimmi­granten in Europa. Nu zijn er 15 à 17 miljoen. Hier knelt het schoentje: het gros van de autochtone bevolking wil niet leven in een "bazaar van wereld­culturen". De bezorgdheid van de slinkende groep autochtonen wordt niet ingegeven door racisme maar eerder door heimwee naar de hechte clangemeenschap van weleer. De po­litiek en de correct denkenden blij­ven van hun kant maar hameren op de multiculturele samenleving en de nood aan "arbeidskrachten" o.m. om de vergrijzing tegen te gaan en de so­ciale zekerheid in stand te kunnen houden. De auteur bewijst met cijfers dat de immigratie niets opbrengt maar slechts leidt tot economische kosten en tot een scherp oplopende prijs aan vrijheid voor de autochto­nen. Het kapitalistisch argument dat migranten nodig zijn om de indus­trieën te redden houdt geen steek in een wereld waarin oude technieken verdwijnen en vervangen worden door moderne die veel minder han­denarbeid en enorm veel meer hoofd­arbeid vragen. Dit laatste kan meestal niet door migranten worden geleverd tenzij men gericht gaat werken en al­leen nog hooggeschoolde migranten in Europa toelaat, een systeem dat o.m. in Canada wordt toegepast. Het socialistische argument dat de verzor­gingsstaat moet gered worden is al evenmin valabel. In de Verenigde Naties heeft de Population Division berekend dat voor het herstel van een gezonde leeftijdsstructuur en afhan­kelijkheidsratio in Europa, de eerste voorwaarde voor een leefbare sociale zekerheid, er 701 miljoen immigran­ten nodig zouden zijn en dat is meer dan de totale bevolking van het we­relddeel! Van de migranten kan vol­gens Harvard-econoom Martin Feldstein, die berekeningen maakte aan de hand van het Spaanse voor­beeld, daalt de verhouding werken­den/gepensioneerden van 4,5 tot 1 naar minder dan 2 tot 1. De fiscale effecten van de immigratie zijn ver­waarloosbaar mede omdat het gros van de migranten doorgaans de laag­ste regionen van de economie bevol­ken en de groei van het brutoloon–de
bron van belastingen waarmee de verzorgingsstaat wordt betaald- niet positief beïnvloeden. Migranten wor­den ook ziek en oud en beuren nogal wat kindergeld zodat de migratie in het beste geval voor de verzorgings­staat een nuloperatie is. Migranten kunnen de verzorgingsstaat alleen helpen als zij en hun nakomelingen meer geld in de sociale zekerheid stoppen dan zij eruit halen. Maar daarvoor werken en verdienen zij niet genoeg –in Duitsland werkte in 1973 meer dan 65% van de migranten nu nog maar 38%- is het zware oordeel. Europa laat veel teveel migranten binnenkomen in het kader van ge­zinshereniging, vanwege een asielver­zoek of om andere niet-economische redenen zoals de illegalen waar nau­welijks naar omgezien wordt.
Caldwell wijdt ook een hoofdstuk aan de invloed van de Islam op het Westen waarmee volgens de auteur veel te tolerant wordt omgesprongen. Na de aanslag in maart 2004 in Madrid door met Al Qaida gelinkte terroris­ten waren zowel Aznar als Zapate­ro er als de kippen bij om de schuld bij de ETA te leggen terwijl de daders met Al Qaida verbonden Marokkanen waren. Wel haalde Zapatero, die de verkiezingen won, onmiddellijk de Spaanse troepen terug uit Irak, ver­ketterde hij de Verenigde Staten en lanceerde hij een "alliantie van be­schavingen" met de islam. De afge­lopen decennia is de westerse hou­ding tegenover de rest van de wereld geëvolueerd van "koloniale arrogan­tie tot handenwringende zelfhaat", aldus de auteur. Hij waarschuwt ook tegen het geloven in het tweeledig taalgebruik van de moslimleiders. In een Europese taal houden zij een an­dere soort toespraak dan in het Ara­bisch. Het betekent dat je een consi­stente boodschap uitdraagt die door twee verschillende groepen toehoor­ders verschillend zal uitgelegd wor­den. De verpersoonlijking daarvan is Tariq Ramadan, een in Geneve gevestigd politiek activist, productief schrijver en freelancetheoloog voor wie in het Westen zowat alle deuren opengaan en die pleit voor een "redelijke samenleving” berustend op het islamitisch recht met de eis van volledige erkenning van de islam in alle Europese instituties. Ramadan mocht in de jaren '90 Frankrijk niet binnen en momenteel is hij persona non gra­ta in Tunesië, Egypte en Saudi-Ara­bië. Ramadan, die het voortdurend heeft over "verzet" en die de moslims oproept verzet te plegen is in de ogen van sommige Europese leiders ie­mand die in werkelijkheid "hervor­mingen" bedoelt. Volgens de auteur bedoelt hij alleen "jihad"!
Caldwell wijst tenslotte op de Euro­pese plicht tegenover de wereld. Met immigratie worden niet alleen pro­ductiefactoren ingevoerd maar ook factoren die sociale veranderingen te­weeg brengen. Al decennia lang wor­den de Europeanen gefrustreerd door het onvermogen (of de onwil) van hun leiders om immigratie te regule­ren of er economisch ten volle van te profiteren. Ze hebben het gevoel dat Europa cultureel wordt overgenomen door een theocratische islam of door een marktliberalisme dat geen bijzon­dere waarde hecht aan de dierbaarste tradities van Europa, aldus de auteur. Als er in Europa meer immigranten binnenkomen dan de kiezers van dat werelddeel willen, dan is dat een dui­delijke aanwijzing dat de democratie hier niet goed functioneert. Europa heeft zeker het recht om ten aanzien van de immigratie om het even welke beleidsmaatregel te treffen. Als een nieuwkomer niet bereid is onze waar­den, zelfs als die verkeerd zouden zijn, te respecteren, dan heeft geen enkele westerse samenleving de mo­rele verplichting hem toe te laten. Maar er bestaat in Europa geen eens­gezindheid over wat de westerse waarden zijn. Een verenigd Europa zou niets te duchten hebben van de islam, maar Europa is niet verenigd. Tientallen jaren lang hebben Europese autoriteiten het nut voor henzelf nagestreefd in plaats van het nut voor hun samenleving. Het fundamentele probleem dat Europa heeft met de Is­lam en met de immigratie in het alge­meen is dat de krachtigste gemeenschappen in Europa cultureel gespro­ken helemaal geen Europese gemeen­schappen zijn. Men heeft wel gepoogd een oplossing te vinden maar de mul­ticultuur van Nederland en België, noch de laïcité van Frankrijk of de welwillende verwaarlozing van Groot­-Brittannie en de constitutionele stipt­heid van Duitsland hebben tot een oplossing geleid. In tegenspraak met de vrome praatjes is de islam in geen enkel opzicht de religie van Europa en in geen enkel opzicht de cultuur van Europa. Zeker is dat de confrontatie met de Islam zal leiden tot een veran­derd Europa. Minder zeker is dat de Islam aanpasbaar zal blijken.
"De Europese Revolutie – Hoe de islam ons voorgoed veranderde" van Christoffer Caldwell is een schitte­rend geschreven boek. De auteur be­schrijft hoe de autochtone Europea­nen door de immigratie, en vooral door de Islam gedwongen worden hun liberale waarden opnieuw te definiëren. Hij beschrijft het fundamen­tele verschil in benadering van vrou­wen en seksualiteit en wijst op de ge­vaarlijke tendens van politici om spanningen rond de islam weg te werken door de rechten van alle bur­gers in te perken. Ayaan Hirsi Ali zegt over het boek dat de onderzoeks­journalist en schrijver met feiten en cijfers de gewillige overgave van de Europeanen aan de islam beschrijft. Caldwell is een Amerikaan die om Europa geeft. Het boek telt 330 pa­gina's, 37 pagina's noten, 4 pagina's bibliografie en een register van 20 pagina's. Het werd in 2009 uitgege­ven door Ambo Amsterdam als ver­taling door Peter Diderich van "Reflections on the Revolution in Europe. Immigration, Islam and the West".

zaterdag 20 februari 2010

De Belgische identiteit (III)

Gisteren leverde ook Sven Gatz (Open VLD) een bijdrage tot het identiteitsdebat in De Standaard. Hij nam allicht de verdediging op van Guy Verafstoodt, die, als fractievoorzitter van de Europese liberalen, door middel van een felle uithaal naar het Franse nationale identiteitsdebat, meteen het debat opende in België (en wellicht ook in andere Europese landen).
Omdat Gatz natuurlijk ondertussen kennis nam van de kritieken op Verafstoodts opiniestuk, is hij enigszins genuanceerder, of voorzichtiger…
Verafstoodt maakte zelf niet echt duidelijk of hij zo’n identiteitsdebat al dan niet goedvindt. Hij leek te suggereren dat het debat kon, zolang het maar toekomstgericht is. Maar wat dat te betekenen heeft, daar heeft men het raden naar. Verafstoodt schreef wel : “Een volk dat vertrouwen in zichzelf heeft, vindt zijn plaats in Europa en in de wereld.” Maar hoe krijgt men vertrouwen in zichzelf als volk ?
Het lijkt erop dat Sven Gatz deze Verafstoodtse mystiek wilde ophelderen.
Of hij daarin slaagt is een andere zaak.

Volgens Gatz kan Verafstoodt over de Franse identiteit spreken met kennis van zaken omdat hij deelneemt aan een “postmodern Europees debat”. Maar is dat wel zo ? Verafstoodt veroordeelde het Franse debat omdat het ontaardde in racisme. Dat betekent echter dat Verafstoodt hoort wat de mensen niet mogen denken, in plaats van in hun woorden elementen van overeenkomst te zoeken. Behalve dat Verafstoodt dus zelf niet toekomstgericht is, is hij ook nog eens zeer Belgisch, inquisitorisch en dus niet Europees.
(Eigenlijk verraadde Gatz dit al door de nadruk te leggen op het postmoderne, waarmee hij lijkt te bedoelen : “wat niet meer modern” is, met andere woorden “wat ouderwets” is. In N*A*O*’s woorden : wat “paars”, of “Belgisch” is.)

Gatz begeeft zich vervolgens op sociologisch terrein en merkt terecht op dat een natie een “verbeelde gemeenschap” is. Hij realiseert zich jammer genoeg niet dat ongeveer alles wat menselijk is, imaginair en geconstrueerd – en in die zin dus niet reëel - is.
Het stomme van deze opmerking is echter dat alles wat hij zelf nog zal zeggen over zijn versie van identiteit, namelijk “burgerschap”, door hem zelf gerelativeerd wordt.

Sven Gatz refereert aan een onderzoek bij migranten, die zich eerder zouden identificeren met hun stad dan met Vlaanderen of België. Hieruit leidt hij af dat het begrip identiteit te abstract is.
N*A*O* leidt daar iets heel anders uit af. Hij deduceert hier namelijk uit dat men zich in België inderdaad niet kan identificeren met België, dat geen volk omvat, noch met Vlaanderen, waarin met zich niet ernstig kan inburgeren omdat het gedomineerd wordt door het Belgisch establishment. N*A*O* leidt hier ook uit af dat liberalen als Gatz of Verafstoodt zo belgicistisch zijn dat ze inderdaad het belang van identiteit niet vatten.

Dit alles neemt niet weg dat Gatz voorzichtig blijft en een concreter alternatief voor nationale identiteit wil voorstellen. Hij herinnert aan de commissie Bossuyt die de cursus maatschappelijke oriëntatie invulde, zodat men kon komen tot een omschrijving van “burgerschap” aan de hand van vrijheid, gelijkheid , solidariteit en respect. Is dat concreet ? Is dat minder verbeeld ? Is dat dus meer dan een woordspelletje ?

Maar Gatz wordt nog concreter en zegt wat succesvolle inburgering behelst. Hiervoor is zowel bereidwilligheid van de nieuwkomer nodig, als gelijke startkansen. En dan eindigt Sven Gatz artikel… Heel concreet…

De Naamloze Achter Ons stelt daarom de volgende concrete punten voor.
(1) In plaats van zich bezig te houden met politieke woordspelletjes  - die dienen om N-VA zwart te maken (“identiteit”) ten voordele van Open VLD (“burgerschap”) – kan men beter een onderscheid maken tussen ‘moderne’ identiteit/burgerschap en ‘ouderwetse’ identiteit. N*A*O* verwijst hiervoor naar de ideeën van Peter De Graeve. ‘Moderne’ identiteit kan men opvatten als een (oneindig, want instabiel) na te streven politiek ideaal.
(2) De bereidwilligheid van de nieuwkomer kan contractueel vastgelegd worden aan de hand van de definitie van een “Leitkultur” zoals Bassam Tibi(1) of Solomon en Al Maqdisi(2) dat zich voorstellen.
(3) De “gelijke startkansen” moeten gegarandeerd worden vooraleer de immigranten hier aankomen. Hiervoor moet er een immigratiebeleid in de ruimste zin komen : een efficiënte onthaalpolitiek, een zeer breed inburgeringsbeleid en een ruim budget en tewerkstellingsaanbod, waarvan de grootte dan weer de onthaalpolitiek limiteert.


(2) In “Al Hijra” (De immigratie) waarschuwen twee Islamdeskundigen voor het opzet van de Islam om door middel van migratie en niet-integratie tot wereldoverheersing te komen in één kalifaat. Sam Solomon is ex-moslim en bekeerde zich tot het christendom en Elias Al Maqdisi is schrijver.
In zekere zin concretiseren zij het voorstel van Bassam Tibi om een Europese “Leitkultur” te definiëren in het kader van een “Euro-Islam”.
De auteurs vinden dat alle immigranten een strafrechtelijk gesanctioneerde belofte zouden moeten ondertekenen dat zij de wetgeving van het gastland zullen respecteren en dat zij hun best zullen doen om te integreren en te assimileren in de gastheersamenleving. Zij moeten de religie gaan beschouwen als een persoonlijke zaak van vrije wilsbeschikking. Voorts moeten zij de gelijkheid van geslachten in alle aspecten respecteren. De discriminerende en gewelddadige doctrines en leerstellingen van de sharia moeten beschouwd en behandeld worden als ontoepasbaar en ineffectief in het heden. Ook de gelijkheid van moslims en niet-moslims moet worden aanvaard en de scheiding van staat en religie moet worden verdedigd. Tenslotte moeten immigranten het recht van ieder individu waarderen en handhaven om de religie van zijn of haar keuze aan te kleven ongeacht de religie van de naaste bloedverwanten of de gemeenschap waartoe ze behoren door geboorte of welke binding dan ook.

dinsdag 16 februari 2010

De Belgische identiteit (II)

Ex-premier Verafstoodts aanval tegen het Franse identiteitsdebat in Le Monde riep al heel wat reacties op. Vandaag vond N*A*O* er drie zeer interessante in De Standaard.

Jean-Pierre Audy, europarlementariër en voorzitter van de Franse afdeling van de EVP, is teleurgesteld in Verafstoodt en vraagt een gesprek met hem. Hij is niet alleen boos over Verafstoodts inmenging in de Franse soevereiniteit. Hij begrijpt ook niet dat Verafstoodt niet inziet dat er veel scepticisme leeft tegenover Europa bij de Europeanen en dat er juist een grote nood heerst aan stevige nationale identiteiten.
Audy's reactie bevestigt N*A*O*'s stellingen over het Europa van de grote landen en de nood aan sociaal patriottisme om weerstand te kunnen bieden tegen liberalisering, deregulering en globalisering. (Zie : hoofdstuk 8 : De Franse economie.)

Ook Bart De Wever reageert onrechtstreeks en heel genuanceerd in zijn vaste column. Het niet-identiteitsdenken is een voorbijgestreefde liberale illusie. Claudio Magris noemde dat al hoogmoedige burgerlijkheid.

De interessantste reactie is van de hand van Peter De Graeve : Belgische knulligheid. Hij gaat hard tekeer - zij het filosofisch - niet alleen tegen Verafstoodt, maar waarschijnlijk ook tegen Geert Van Istendaels belgicisme (waarop N*A*O* hieronder ook al reageerde). Zijn stelling is dat identiteitsdenken niet essentialistisch hoeft te zijn, zolang het echt democratisch, dus maakbaar en modern is. Omdat België niet democratisch was, is, noch kan zijn, is de Belgische identiteit natuurlijk compleet mislukt...

maandag 15 februari 2010

De Belgische identiteit

Een korte reactie op Geert Van Istendaels opiniestuk in De Standaard.


Identiteit geeft mensen veiligheid. Gebrek of teveel eraan moet verholpen worden. In 'Scherven van een hybride identiteit' noemt Claudio Magris het relativeren van identiteit hoogmoedige burgerlijkheid. En dat geldt ook voor de opmerking dat het Nederlands zijn plaats veroverd heeft. Ik weet ook wel dat wij meervoudig zijn, maar zolang onze leiders niet iedereen een analyse kunnen garanderen, moeten zij andere veiligheden bieden.
Dat identiteit artificieel is, is een triviale opmerking, omdat elk cultuurproduct dat is. Identiteit is wel gebaseerd op reële zaken.
Dat identiteit tot oorlog leidt is onjuist. Oorlog is het gevolg van falende democratie, die juist gedefinieerd kan worden als radicaal van mening kunnen verschillen zonder geweld te gebruiken : dankzij een parlementaire scène.
Aangezien de Belgische identiteit onhaalbaar is, hebben onze landgenoten recht op de Vlaamse en de Waalse identiteiten. Voor België-nostalgici is er de mogelijkheid van een confederatie.

zondag 14 februari 2010

N*A*O*'s Questions aux belgicistes (XIV) : ECONOMY !

N*A*O*, de Naamloze Achter Ons, vraagt zich af of het getuigt van gezond verstand dat de Vlamingen “het uitblijven van een staatshervorming” ernstiger vinden dan de “economische crisis”, hetgeen uit het postelectorale TNS/Dimarso onderzoek blijkt ?
En indien dat zo is, kan men dan nog zeggen : “It’s the economy stupid” ?

-1-            DE BELGISCHE ECONOMIE           

Drie weken geleden kondigde “Le Soir” triomfantelijk de sluiting van Opel Antwerpen aan : “La fin du miracle flamand.” (22 januari 2010)
Het Franstalig ressentiment lijkt zo groot, dat men nog liever België failliet laat gaan, dan een serieuze sociaaleconomische analyse te maken van onze politieke economie.

donderdag 11 februari 2010

Valentine, yes we can !

Ondanks N*A*O*’s kritiek op Obama, geeft hij toe dat zijn “Yes we can” de mooiste politieke slogan van de laatste honderd jaar is.
Niet het minst omdat hij een eind maakt aan de frivoliteit sinds de jaren zestig, en de werkelijkheid en de crisis aanvaardt.
“Yes we can” is de fiere vrijheidslievende Amerikaanse vertaling van de meer bezadigde Europese Geest, die ons zegt : “Yes we must.”
N*A*O* herproeft de stelling dat de filosofen voor Marx de wereld probeerden te interpreteren en die na Marx hem trachtten te veranderen. Maar nu zijn we op het punt beland dat jij en ik hem moeten veranderen.
Dat is het mooie realiteitsgevoel in Obama’s “Yes we can… change our life.”
Peter Sloterdijk beschrijft hoe de antieke torso van Apollo de Duitse dichter Rainer Maria Rilke bekeek en hem overtuigde : “Jij moet je leven veranderen.”
Hiervoor is oefening nodig.
Omdat het zondag Valentijn is stelt N*A*O* voor om disco te oefenen.
Disco is een dans voor iedereen en niemand. Dit betekent dat de disco-elite nog gevormd moet worden. Maar de disco-elite zal haar oor lenen aan de stem van de realiteit en de crisis. Zij zal de nieuwe imperatief aanvaarden : OEFEN ! DANS ! OVERLEEF !
* * *
Voor de meer ernstige filosofen onder ons is er nog het alternatief van de twist.
Maar bedenk : niet interpreteren, wel veranderen !

woensdag 3 februari 2010

Essay over Islamkritiek


Zijn de critici van het islamisme zelf fundamentalistisch? Allerminst, want in tegenstelling tot de militante islam kent de Westerse Verlichting geen uiterste waarheden. 
In de Duitse media is een debat ontbrand over de grenzen van de islamkritiek. Daarbij wordt er een “islamofobie” geconstateerd, die voor velen neerkomt op een nieuw antisemitisme. Hierover schreven op deze plek Henryk Broder (12 januari) en Hamed Abdel-Samad (18 januari). Wij zetten de reeks verder met een bijdrage van Thierry Chervel, beheerder van het online cultuurportaal “Perlentaucher”.

Thierry Chervel

Henryk Broder is een reus! Helemaal op zijn eentje blijft deze publicist de meerdere van al de kleine feuilletonisten. De dappere meerderheid van “Freitag”, “Tagesanzeiger”, “Zeit”, “Süddeutsche Zeitung”, “Frankfurter Allgemeine Zeitung” en “Frankfurter Allgemeine Sonntagszeitung” heeft de laatste weken haar moed bijeengeschraapt om het schemerig-duistere “Verlichtingsfundamentalisme”bloot te leggen, dat achter de anarchistische knepen van Broder schuilgaat. In een vloed van artikelen sjorren zij hem vast en prikken hem, zoals het dwergenvolkje in de roman “Gullivers Reizen” van Jonathan Swift. Broder, zo schreef Thomas Assheuer in de “Zeit”, “doet altijd zijn best om geestig te schrijven, maar het is hem bittere ernst”. Dat is inderdaad het verschil: zijn tegenstanders zijn ook nooit eens grappig.



dinsdag 2 februari 2010

N*A*O*'s Questions aux belgicistes (XIII) : NIEUW


N*A*O*, de Naamloze Achter Ons, vraagt zich af of de NIEUWE politieke situatie in de wereld, in Europa, in België en in Vlaanderen Søren Kierkegaards definitie van de herhaling bevestigt : “De herhaling is een geliefde vrouw die we nooit moe worden…”

-1-        DE NIEUWE WERELD &
de NIEUWE Amerikaanse president
In zijn “Questions aux belgicistes (II)” (1) verweet N*A*O* onze Belgische minister van Oorlog Pieter de Crem en zijn bedienaar, de Franse president Sarkozy dat ze Obama’s pleidooi voor een kernwapenvrije wereld in Praag niet ernstig namen.
In “Knack” zegt mensenrechtenprof en voorzitter van Amnesty International Vlaanderen, Eva Brems, dat Obama de Nobelprijs voor de vrede alleen al verdient omdat hij foltering in de VS niet meer legitimeert. (6 januari 2010)

Goed, maar de genodigden voor de uitreiking van die prijs aan Obama, en met hen de hele wereld, schrokken zich die avond een hoedje.