2019... Muss Es Sein Es Muss Sein

woensdag 10 augustus 2011

N*A*O* in Armorica (VI)

-6- Tweede blik op België

De Naamloze reis (A*O*) doorheen Armorica bracht al vlug de inspiratiebronnen aan het licht van de Franstalige romantische stichters van het Belgisch bavianenland: de minst mystieken onder hen zagen België als een bende keurig door Franse verlichte geesten gedresseerde apen.

De in Armorica ontdekte historische sporen wijzen echter ook in anti-baviaan, en dus ook in anti-Belgische richting.

Dat begint al bij Plato in “Theaitetos”:
“Sokrates: Weet je, Theodoros, wat me zo verbaast in je vriend Protagoras?
Theodoros: Nee. Wat dan?
Sokrates: In het algemeen bevalt me zijn uitspraak dat iets is zoals het zich aan een ieder voordoet zeer. Waar ik me over verbaasde is het begin van zijn betoog. Hij begint zijn Waarheid niet met op te merken dat het zwijn, de baviaan, of een ander nog gekker over waarneming beschikkend wezen, de maat van alle dingen is. Dàt zou een groots en hoogst laatdunkend begin zijn geweest voor het betoog dat hij tot ons richt! Hij zou zo duidelijk gemaakt hebben dat de man die we om zijn wijsheid als een god bewonderden, in zijn denken niet uitstak boven een kikker of een pad, laat staan boven een ander mens.”

In de huidige wereldcrisis en in het gespartel van de Belgen onder leiding van de Geilige Yves zien we deze laatdunkende waan de maat van alle dingen te zijn eens te meer bevestigd.

De cynocefaal of hondskopaap mag dan wel het hiëroglief voor “schrijven” geweest zijn, de afbeelding van een baviaan met de staart in de lucht – zo’n beetje de omgekeerde Manneken Pis – was dan weer het hiëroglief voor “razend”.

De Vlaamse wever Bart, voorzitter van de N-VA, weet zeer goed wat een razende Belg is…

In het oude Egypte werden veel beelden gemaakt van bavianen die gehurkt zitten achter een schrijver, de notulen en berekeningen controlerend: het perfecte beeld voor de politieke correctheid die in België heerst.
In Armorica zegt men tegenwoordig smalend in het Engels dat de Vlaamse media “having a monkey on one’s back”.
Maar tegelijk wordt de Waalse verslaving aan het Vlaamse transferinfuus door deze uitdrukking gedekt, aangezien “een aap op je rug hebben” sinds de laatste oorlog de verslaving aan drugs ging betekenen.

De bekende Duitse cultuurhistoricus Bissing benadrukte in “Die altafrikanische Herkunft des Wortes Pavian” de door de Belgische stichters miskende tweeslachtigheid van de oversekste baviaan-god Baba, die model stond voor Manneken Pis.

Baba is een goede ziel, maar kan spoorslags omslaan in een razende demon. Kinderboekenauteur Alfred Brehm voert vaak bavianen op in zijn werken omdat hij zelf een baviaan had. Het beest was zeer vriendelijk tegen bekenden, maar wanneer vreemden aanbelden was een sterke ketting nodig om het woedende dier in bedwang te houden.

Er is iets autistisch aan dit soort transformaties, die we ook kunnen vaststellen bij die lieflijke apin Laurette Onkelinx.

In het oudste theologische dierenboek “Physiologus” staat ook iets over apen dat voorvechters van België beter hadden gelezen. Elk dier wordt in het boek gekarakteriseerd in een allegorie op het leven Christus, die gebaseerd is op associaties die de naam van het dier bij de schrijvers opriep. Omdat de vroege christenen de gnosis van Thoth of Hermes als een dwaalleer zagen, ontpopte de aap zich vanaf deze uitgave voor zeer lange tijd als het evenbeeld van de Duivel himself!

De encyclopedist Vincent van Beauvais schreef aan zijn opdrachtgever Lodewijk IX van Frankrijk dat er dieren met een bavianenkop waren die verder alle trekken van een mens hadden. Als deze dieren in een goede bui waren gedroegen zij zich als een mens, maar als ze woedend waren kwam hun dierlijke inborst naar buiten. Zo kennen we inderdaad de omhoog gevallen elite van het Franstalig Front.

Die Belgische voorvaderen, die zich minder lieten inspireren door de oudheid, maar eerder door de Verlichting, en die hoopten de goedkeuring weg te dragen van hun Franse meester door de gedienstige baviaan te spelen – lief voor Frans-sprekenden, razend tegenover Nederlandstaligen, hadden jammer genoeg niet door wat de Fransen eigenlijk van bavianen denken.

Nadat egyptoloog Champollion de goedkoop verworven obelisk in 1836 met veel moeite op de Parijse Place de la Concorde liet plaatsen, werden de vier bavianen die de obelisk droegen juist omwille van hun te uitgesproken mannelijk geslachtsdeel naar het Louvre verbannen!
De Belgen daarentegen lieten hun dwergbaviaan Manneken Pis midden in hun hoofdstad schaamteloos staan spuiten.

De door de Belgen verheerlijkte Franse bioloog Buffon haalde in “De Animalibus” trouwens de in wetenschappelijke kringen heersende verwarring tussen de baviaan en de hyena aan. Hijzelf meende dat er weinig overeenkomst bestond tussen beide beesten, maar ondertussen herhaalde hij toch maar even de door zijn voorgangers Gessner, Topsell of Johnston gemaakte associatie van het vaak ronduit afstotelijke gedrag van de baviaan met dat van de lijkenpikkende hyena.

Het is alsof hij het toekomstige hyenagedrag van de Belgische Franstaligen ten opzichte van hun Vlaamse landgenoten voorvoelde.

Zelf Franssprekend wist Buffon natuurlijk niet hoezeer bijvoorbeeld de bewoners van het Engelse kustplaatsje Hartlepool een Franse invasie vreesden. In 1805 strandde daar het Franse oorlogsschip “Chasse Marée” en de enige nog levende drenkeling, nog wel in militair uniform, was een meevarende aap, een matroos of eerder een mascotte. Hij werd aanzien als een spionerende Fransman. Omdat hij tijdens zijn verhoor niets loste, tenzij onverstaanbaar Frans, besloten ze hem op te hangen.

In dit verband herinnert de Naamloze Achter Ons aan het Engelse volksliedje “And the Boddamers hung the Monkey, Ha!”

Dominee Adam Clarke gebruikte de verworvenheden van het nieuwste natuurwetenschappelijk onderzoek en filologische ontdekkingen om de Bijbel te herscheppen. Hij concludeerde dat Jezus niet de zoon van God was, maar ook dat de verleider in het paradijs geen slang was, maar een als Manneken Pis met zijn spel bloot lopende baviaan! Voor de Naamloze Achter Ons komt daarmee onmiddellijk Elio Di Rupo in het vizier.
België was jammer genoeg allang gesticht toen de Franse schrijver Charles Baudelaire in 1864 gedwongen werd zijn toevlucht te zoeken in Brussel, ver van zijn Parijse schuldeisers en in de nabijheid van zijn uitgever en andere potentiële geldverschaffers. Hij zette zich met tegenzin aan het schrijven, verzamelde stapels krantenknipsels om de volksaard van zijn nieuwe landgenoten te ontrafelen. De aantekeningen die hij over Franstalig België verzamelde gaf hij verschillende werktitels: “De belachelijke hoofdstad”, “België in zijn hemd” en vooral “Een hoofdstad van apen”! Hij maakte zich kwaad over de ‘spionnetjes’ bij de ramen, vergeleek de favoriete drank “Faro” met braaksel en keurde de favoriete schilder van die tijd, Antoine Wiertz, geen blik waardig. Een land waar niemand over straat gaat omdat er niets te doen is, land van ongastvrijheid en nieuwsgierigheid met al die spionnetjes waarmee men elkaar begluurde. Zijn notities werden uiteindelijk gepubliceerd onder de titel “Arm België”.

"Het Belgische, of liever, het Brusselse gezicht: duister, vormeloos, lijkbleek of wijnkleurig, bizarre kaakconstructie, een dreigende stompzinnigheid. (..) Een duister gelaat met nietszeggende blik, zoals bij een cycloop, geen eenogige maar een blinde. (..) Een monsterachtige dikke tong (..) Speciale bijzonderheid van de monden op straat (en overal) (..) Gapende po’s van zwakzinnigheid.”

Alle zieligheid die de Naamloze Achter Ons noodgedwongen moet verduren tijdens zijn ontmoetingen met belgicisten komen aan bod in deze fysionomie van het Belgische volk. De Belgen zijn uiterst traag. De “Singerie” van de Belgen om met een oogglas te lopen dat geen brillenglas bevat maar een gewoon stukje raamglas, omdat het in de mode is (idem dito het drinken van wijn als singerie). Een volk dat zoals op de schilderijen van Teniers en Van Ostade overal braakt, scheten laat en pist. Ook de vrouwen doen dat openlijk (en blokkeren daardoor zelfs de rue de Singe). Men verheft het pissen zelfs tot nationaal symbool en wijdt er meerdere beelden aan.
Baudelaire observeerde ook de liefde van de Belgen voor hun hoed.

Alle Belgen zijn apen… maar ook mossels!
“En quel genre, en quel coin de l’animalité
Classerons-nous le Belge?” Une Société
Scientifique avait posé ce dur problème.
Alors le grand Cuvier se leva, tremblant, blême,
Et pour toutes raisons criant: “Je jette aux chiens
Ma langue! Car, messieurs les Académiciens,
L’espace est un peu grand depuis les singes jusques
Jusques aux mollusques!”

Maar nog treffender is de definitie in het nummer “Chez les Singes” van “Le Magasin Pittoresque” dat door Baudelaire gelezen werd: “Le singe a quelque chose d’énigmatique et de curieux: bizarre caricature de notre laide espèce humaine, produit dégénéré, devenu plus laid que nature, ou ancêtre vénérable de nos modernes snobs (..)”

Aldus reisde N*A*O*,
‘D’ar ouenn e tenn (II)’ (1) ,
Bean, 10 augustus 2011


(1) Vert.: Hij lijkt op zijn ras.