2019... Muss Es Sein Es Muss Sein

donderdag 2 januari 2014

N*A*O*'s Nieuwjaarsbrief 2014

N*A*O*, de Naamloze Achter Ons, las zijn nieuwjaarsbrief :

2014, nadenken over nationalisme

- 1 -
            Wielrenner Philippe Gilbert meent dat Vlaamse leeuwenvlaggen niet thuishoren in de koers, maar waarin verschillen zij van de vele andere hysterische manieren van aandacht vragen tijdens de commercieel geworden sportmanisfestaties op de openbare weg?
            Zijn ze een uiting van HET of van EEN nationalisme? Het antwoord is “EEN” omdat nationalisme meer is dan pittoresk chauvinisme of van propagandistische aandacht.

-2-
            Patserig met vlaggen zwaaien roept zowel enthousiasme als wantrouwen op, omdat het verwant is met de vroegochtendlijke plechtige groet aan de op een Nationale Feestdag uitgehangen vlag en met het planten van zo’n vlag op de top van een overwonnen berg of op het dak van een veroverd radiostation, manifestaties die geen humor, noch ironie verdragen. Typeert dit het NATIONALISME?


-3-
            Laten we in nationalisme het suffix “isme” en daarmee de doctrinaire praktijken even terzijde, dan blijft de fierheid op de eigen natie met de daarbij horende uitdrukkingen en zinnebeelden over. En we zijn toch niet zo intolerant om iemand die trots te verwijten?
            Bestaan er trouwens ergens in de wereld normale mensen die feitelijk de gegeven eigen geschiedenis en traditie verwerpen? Een voor Mussolini naar Amerika gevluchte Italiaan behield toch zijn constante identiteit als kind van zijn ouders, land en cultuur?

-4-
            Wil niet elke gemeenschap of natie zichzelf handhaven? Betekent NATIE iets anders dan het behoren tot een bestuurlijke, geografische, linguïstische, soms ook etnische of religieuze homogene eenheid met een staatsapparaat? En wenst niet elke natie door andere, van zichzelf onderscheiden naties erkend te worden?
            Toch is dit niet vanzelfsprekend. Palestina wordt nog steeds niet volwaardig internationaal erkend na zijn val in 1948. Ook de Armeniërs en de Koerden in Turkije en de Catalanen in Spanje worden miskend.

-5-
            Maar de uitdaging van elke natie blijft haar verhouding tot de ander! De trots op en de voorkeur voor het eigene wekken immers ook argwaan en ergernis. Niemand is verbaasd dat men in de eerste plaats solidair is met het eigen gezin, vervolgens met zijn familie, zijn buren, zijn wijkgenoten, zijn stadsgenoten en tenslotte zijn landgenoten. Of dat men bijkomende affiniteiten heeft met geloofs- en leeftijdsgenoten en collega’s. PRINCIPIEEL sluiten we de gelijkheid tussen wie nabij en wie veraf staat niet uit, maar praktisch hechten we aan dat verschil.
            De uitdaging bestaat erin om dat verschil positief in te vullen. De vraag is alleen hoe dat concreet moet? Is dat enkel een zaak van de overheid? Dienen de mensen zelf hiervoor niet gemotiveerd te zijn? Moeten derhalve de factoren nabijheid en vreemdheid niet minstens onderkend worden bij het nadenken over nationalisme?

-6-
            Elke natie voorziet zichzelf van symboliserende herdenkingsriten om gedeelde gevoelens te koesteren en levert inspanningen om haar cultureel, literair en muzisch erfgoed te onderhouden. Anarchistische jongeren reageren hier natuurlijk schamper op, maar ouder geworden verdedigen ze trots hun eigen geschiedenis en traditie.
            Wellicht ontdekken ze onduidelijkheden, twijfels en onoplosbare paradoxen en kunnen ze hun cultuurhistorisch gegroeide identiteit niet volkomen rationeel en allesomvattend bepalen, maar dat impliceert geenszins dat het bestaan van zo’n identiteit weerlegd wordt.

-7-
            De seculiere cultus van de natie en de politieke, economische, culturele, linguïstische, juridische en religieuze zorg ervoor zijn IN BEGINSEL niet extreem of intolerant. Het is nationalisme zonder “isme”, dat ruimte geeft aan ANDER NATIONALISME.
            Moet een nationalist elke collaboratie met een andere mogendheid afwijzen? Dit is een lastige kwestie vanwege praktische moeilijkheden en dubbelzinnigheden, zoals de overmacht van de bezetter op vele terreinen, zijn voorstelling van de bezetting en de verdringing van de oorspronkelijke bekrompen identiteit als beschaving of als bevrijding, en het maken van allerlei beloften. Bezetters doen zich vaak voor als “internationalisten” en “universalisten”. Vele naties zijn het ondertussen ook gewoon om onder de voet gelopen te worden: denk aan de Polen en de Tsjechen, maar ook de Catalanen en de Schotten waren ooit onafhankelijk, en hoe zit het met de Koerden en de Kosovaren?
            Behalve de ideologische collaboratie met het machtige, het nieuwe en het schone, en de economische en sociale, dus opportunistische collaboratie, bestaat ook de pragmatische collaboratie met een nieuwe bezetter om de eerdere bezetter te verjagen.
De vraag is of al deze collaborateurs niet meestal goedgelovig zijn en door de nieuwste bezetters niet als nuttige idioten misbruikt worden?
            De motor van de pragmatische collaboratie is vaak het eeuwenlang gekoesterd ressentiment. Een Marokkaanse collega vertelt hoe haar Berberse voorouders met de Fransen collaboreerden, nog liever dan de Arabische bezetting te accepteren: dat was hun roep om erkenning van de eigen identiteit. Juist de miskenning van de Afghaanse identiteit speelde achtereenvolgens de Engelse, de Russische en de Amerikaanse bezetters van dat land parten.
            Men kan omgekeerd echter ook stellen dat het de plicht is van nationale bevrijdingsbewegingen om te collaboreren met eender welke voorradige buitenlandse hulp. Zonder Duitse steun werd Ierland niet onafhankelijk. De Indonesische onafhankelijkheidstrijders collaboreerden met Japan. Mongolië, maar ook de Portugese kolonies kregen Sovjet-hulp. Amerika werd onafhankelijk met Franse hulp. Enzovoort… En de Belgische revolutionairen zochten eerst militaire steun van Frankrijk, dat na Napoleon dezelfde negatieve faam had als Duitsland later, en daarna Britse diplomatieke steun.

-8-
            Kijken we nu weer naar het “isme” van het nationalisme: zweren bij vlaggen, eeuwenoude klederdracht, leef- en woonwijzen, streekgewoonten en gewesttaal. Wie gaat dat verbieden? En wie gaat omgekeerd verhinderen dat zulk gedrag behoudsgezind genoemd wordt of zelfs onaangenaam als het gepaard gaat met intolerantie, ongastvrijheid en uitsluiting? Wie kan onze spot censureren, bijvoorbeeld met joden die zogezegd onreine vrouwen een hand weigeren te geven, met het antialcoholisme van moslims of het chauvinisme van de Fransen?

-9-
            Een “nationalist” die een ANDER NATIONALISME geen ruimte gunt is inconsequent. Als dronkenmanspraat en snoeverij tijdens een interland blijft deze intolerantie nog een onschuldig “spel”, maar wat de Bosniërs, Kroaten en Serviërs ervan maakten noemt men bezetting, vernietiging, verkrachting, moord en “etnische zuivering”.
            Nationalisme is geen rechtvaardiging van geweldpleging, misdaad en moord, die altijd geweldpleging, misdaad en moord blijven… en ook zo genoemd moeten worden. Nationalisme heeft niets met geweld te maken en inadequaat en oneigenlijk taalgebruik levert dan ook geen winst op. In Afrika is volkerenmoord dagelijkse kost, terwijl daar geen sprake is van “nationalisme”, aangezien er geen naties zijn, maar slechts conglomeraten van stammen binnen in Europa vastgelegde grenzen (Conferentie van Berlijn, 1885). Om “etnische haat” te begrijpen is dus al heel wat historische, etnografische en etno-psychologische eruditie nodig!

-10-
            Is het nationalisme de identiteit beschermende doctrine die het economisch protectionisme motiveert en rechtvaardigt of is het omgekeerd, het de import aan banden leggend protectionisme dat het nationalisme dient?
            In elk geval is het ideologisch protectionisme dat de bewegingsvrijheid van de bevolking beknot en informatie uit het buitenland beperkt en waartoe bijna elke grote natie ooit geneigd heeft, totalitair en zeer verwerpelijk.

-11-
            Men kan nationalisme gemakkelijk als de vertolking van een vrijheidsgedachte beschouwen en als voeding van een vrijheidstrijd, waarvan de energie soms nog nawerkt na de bevrijding, en zeker wanneer de bevrijding niet doorgaat. Ieren zullen nooit vergeten wat de Engelsen hen aandeden, laat staan de Catalanen 11 september 1714 of de Palestijnen de catastrofe van 1948. Turken en Grieken herinneren elkaars bezetting en er zijn zelfs Bretoenen en Walen die nooit verdragen dat hun land francofoon werd.
            Om deze reden is nationalisme in linkse kringen niet altijd een scheldwoord.

-12-
            Bijna alle leiders van grote naties voeren het nationalistisch discours: Ahmadinejad, Blum, Castro, de Gaulle, Indira Gandhi, Mugabe, Stalin of Thatcher… Ze roepen hun onderdanen op om de rangen te sluiten en zich te verdedigen tegen binnen- en buitenlandse vijanden.

-13-
            Het moet u maar overkomen dat uw buren niet alleen chauvinisten zijn, maar zich ook nog eens hun buurlanden willen toe-eigenen, zelfs al zou dat gebeuren in functie van hun “noodzakelijk levensruim” of omwille van de “herstellende rechtvaardigheid” en het terugwinnen van lang geleden verloren gebieden. Het woord hiervoor is natuurlijk niet “nationalisme”, maar wel “expansionisme” of “imperialisme”. Hoogstens zijn dergelijke  gebiedsuitbreiders “supranationalisten”, die hen die zich daartegen verzetten dan natuurlijk “ENGE nationalisten” of “separatisten” of “terroristen” noemen.

-14-
            ALLES nationaliseren en het niet nationaliseerbare deporteren en opruimen is opnieuw een vorm van protectionisme: het leidt tot verwerkings- en heropvoedingscentra en tot concentratiekampen. Zijn dergelijke regimes, die door middel van 3-, 5- of 10-jarenplannen niet alleen de energiesector, de handelssector, de industriesector of de landbouwsector, maar ook elke privépersoon, dus ALLES willen nationaliseren niet per definitie nationalistisch?

-15-
            Maar zelfs mét zijn suffix “isme” blijven er verschillen in de uitersten van het nationalisme: van grotesk, maar ongevaarlijk vlaggengezwaai tot het mateloze nationaliseren en het meedogenloze uitroeien, met daartussen ontelbare schakeringen.
            Nationalisme ALS ISME is zowel een erecode als een scheldwoord. Gebruikt men het als erecode dan is men gedachteloos; hanteert men het als scheldwoord dan vervalt men in hetzelfde euvel.

Aldus las N*A*O*,
‘Van wensen komt verdriet’,

Merksem, 1 januari 2014